Symbolen en notaties dataflowdiagrammen
Afhankelijk van de methode (Gane en Sarson vs. Yourdon en Coad), wijken DFD-symbolen enigszins af. De basisideeën blijven echter hetzelfde. Een dataflowdiagram bestaat uit vier basisonderdelen: processen, gegevensopslag, externe entiteiten en dataflows. Op de onderstaande afbeelding staan de standaardvormen voor beide methodes.
Een dataflowdiagram maken
Nu je wat achtergrondinformatie hebt over dataflowdiagrammen en hoe deze worden ingedeeld, ben je klaar om je eigen DFD te maken. Het proces kan worden onderverdeeld in 5 stappen:
1. Belangrijke input en output van je systeem vaststellen
Nagenoeg elk proces of systeem begint met een input van een externe entiteit en eindigt met de output van data naar een andere entiteit of database. Het vaststellen van dergelijke input en output geeft een totaaloverzicht van je systeem—het toont de grootste taken die het systeem zou moeten uitvoeren. De rest van je DFD is gebouwd op deze elementen, dus het is van groot belang om deze al in een vroeg stadium te kennen.
2. Maak een contextdiagram
Zodra je de belangrijkste input en output hebt bepaald, is het eenvoudig om een contextdiagram op te stellen. Teken één enkel procesknooppunt en verbind het met bijbehorende externe entiteiten. Dit knooppunt vertegenwoordigt het meest algemene proces waarbij informatie van input naar output doorloopt.
In het onderstaande data flow diagram voorbeeld staat hoe informatie tussen verscheidene entiteiten loopt via een online community. Data stroomt naar en van de externe entiteiten en vertegenwoordigt zowel input als output. Het hoofdknooppunt, de “online community,” is het algemene proces.
3. Breid het contextdiagram uit tot DFD-niveau 1
Het enkele procesknooppunt van je contextdiagram geeft niet veel informatie—je moet deze in subprocessen onderverdelen. In je dataflowdiagram niveau 1, dien je meerdere procesknooppunten, grote databases en alle externe entiteiten op te nemen. Doorloop de informatiestroom: waar begint de informatie en wat moet ermee gebeuren voor elke gegevensopslag?
4. Breid uit naar een niveau 2+ DFD
Om de details van je dataflowdiagram te verbeteren, volg je hetzelfde proces als in stap 3. De processen in je DFD niveau 1 kun je onderverdelen in specifieke subprocessen. Zorg er wederom voor dat eventuele nodige gegevensopslagplaatsen en flows zijn toegevoegd—op dit moment zou je een vrij gedetailleerde onderverdeling van je systeem moeten hebben. Om verder te gaan dan een niveau 2 dataflowdiagram, herhaal je dit proces. Stop zodra je voldoende details hebt.
5. Bevestig de nauwkeurigheid van je definitieve diagram
Doorloop je diagram als je denkt helemaal klaar te zijn. Let in het bijzonder op de informatiestroom: is het logisch? Zijn alle nodige gegevensopslagplaatsen aanwezig? Door je definitieve diagram te bekijken, zouden andere partijen de manier moeten begrijpen waarop je systeem functioneert. Voordat je je definitieve diagram presenteert, controleer je samen met je collega's of je diagram duidelijk is.